Selecteer een pagina

Henk Egberts blikt terug

okt 22, 2020

Daar zat hij dan in zijn rolstoel in zijn ‘nieuwe’ kamer, gekleed in een mooi blauw colbert met een nette spijkerbroek. De bijna honderdjarige Henk Egberts woont nu in zorgcentrum Sint Joris in Oirschot, waar hij het heel erg naar zijn zin heeft. Maar hij zou het liefst bij zijn oudste dochter in Son en Breugel zijn blijven wonen. Door een ongelukkige val kwam Henk met een gebroken heup terecht in het Catharinaziekenhuis in Eindhoven. Voor de revalidatie werd hij overgeplaatst naar Dommelhoef, waarna hij een kamer in zorgcentrum Berkenstaete zou betrekken, maar het coronavirus stak hier een stokje voor.

Een eeuw geleden, op 12 juli, zag Henk het levenslicht in Ommen in de provincie Overijssel. Hij groeide daar samen met een broer en een zus op. Tot zijn negentiende woonde Henk in Ommen, waarna hij in vervroegde militaire dienst ging. Zijn ligplaats was Hoorn, aan de andere kant van het land. Henk kan zich alles nog goed herinneren en begint te vertellen over zijn diensttijd: “Ik heb geluk gehad. Ik solliciteerde als vliegtuigmonteur en werd aangenomen. Ik kon bij de Marechaussee beginnen en heb aan veel militaire vliegtuigen gewerkt.” Na zijn diensttijd ging hij bij de Rijkspolitie werken, waar hij veertig dienstjaren heeft gewerkt.

Nachtwacht bewaken
“Ik was geen brave jongen hoor”, lacht Henk als hij denkt aan zijn straf die hij per 23 november 1943 moest uitzitten in Oud-Vroenhoven bij Maastricht. “Ik had ruzie gemaakt met een NSB’er in de oorlog. Voor straf moest ik het schilderij De Nachtwacht bewaken dat tijdens de oorlog in de Sint Pietersberg achter slot en grendel was opgeborgen. Later heb ik een boek geschreven over die tijd, met de titel ‘Op wacht bij De Nachtwacht’.” Henk zou van al zijn belevenissen die hij in zijn leven heeft meegemaakt met gemak een dik boek kunnen schrijven. “Als je honderd wordt en gezegend bent met een goed geheugen, dan kun je je veel herinneren en delen met anderen.”

Lees hier het volledige artikel

Henk Egberts (Foto: Wil Feijen)